12.851 VAN BORSELEN

 

13.159.424 = 8.861.214 WOLFERT I VAN BORSELEN.

13.159.425 = 8.861.215 CIBILIE VAN RANDERODE.

(zvb 4.430.607 (Oda) van Borselen)

 

 

6.579.712 zv:13.159.424

WOLFERT II VAN BORSELEN, heer van Veere en Zandenburg. Hij wordt het eerst genoemd in 1303, wanneer hij "Wlfard, zoon van wijlen heer Wlfard, heer van Zandenburgh, ridder", een gift aan de abdij Eekhout bij Brugge goedkeurde. Nog in datzelfde jaar vindt men hem in het testament van zijn broeder, heer Henric Wisse. In 1308 volgde ten slotte voor hem en zijn broeders de verzoening met de graaf van Holland en in 1309 de uitspraak over de dood van zijn vader; hij is dan ridder.

Op 30 mei 1316 maakte hij met zijn broers, heer Florens, Vranck en Clays, onder goedkeuring van de graaf, een overeenkomst in zaken het leengoed, dat hun vader aan Wolfert, als oudste zoon, had nagelaten. Helaas geeft het stuk geen nader bericht waar of de broeder gegoed waren.

Wolfert zal zijn overleden vóór 6 april 1317. Hij huwde circa 1312 met;

6.579.713 dv:13.159.426

ALEID VAN HENEGOUWEN. Zij was de zuster van graaf Willem III van Holland, en in 1312 verleende de paus daartoe dispensatie, hoewel zij in de vierde graad verwant waren. Het huwelijk vond plaats om een einde te maken aan de geschillen, die bestaan hadden tussen heer Wolferts familie eenerzijds, graaf Willem en diens vader Jan, anderzijds. Heer Wolfert werd door dit huwelijk zwager van de graaf en wordt dan ook als zodanig door deze betiteld.
Zij komt in 1327 in een grafelijke uitspraak als vrouw van Zandenburgh en van Buren voor en nog in 1351, wanneer zij als weduwe van Otto en als vrouw van Buren het huis te Boessinghem, dat zij van het kapittel van St. Jan te Utrecht in leen hield, opdroeg ten behoeve van jcvr. Agniesse Henryz wijf van der Weyde. Zij zou zijn overleden na 12 juni 1351.
Huwde 2e vóór 21-10-1317 met OTTO, heer van Buren, overl. 1321-1326, zv: Allard van Buren en Elisabeth van Vreese.

 

 

3.289.856 zv:6.579.712

WOLFERT III VAN BORSELEN, heer van Veere en Zandenburg. Hij komt het eerst voor in het jaar 1325 als neef van de graaf en moest toen nog jong zijn geweest, in 1331 zoon genoemd van de Vrouwe Wissekerke, welk ambacht men vermoed dat zijn moeder tot weduwe-goed had bekomen, en in 1336 als knape aan het grafelijk hof. Het volgend jaar was hij reeds ridder. In 1339 kreeg hij een grafelijk voorrecht voor die van Vere en den Polder, waarbij in 1341 tolvrijdom gevoegd werd, terwijl hij in 1346 in evengenoemde Polder (heer Wolferts nieuwe polder Insula) een kerk stichte, waarover hij een geschil had met het abt van Middelburg.

In 1344 en 1345 vinden we hem nog in de omgeving van graaf Willem IV, na wiens dood hij gewikkeld werd in de twisten tussen graaf Willem V en diens moeder keizerin Margareta [*]. Hij verleende aan zijn stad Vere, waarmee hij door Margareta op 24 september 1346 beleend werd, in 1346 en 1349 uitgebreide privilegiën. Met zijn vrouw draagt hij in 1350 "die veste ende die woninghe te Dunebeke in Walcheren" op aan de graaf als leen. Bij deze belening beloofde deze, dat dit goed nimmer van Vere en Zandenburch zou worden gescheiden.

Wolfert III overleed vóór het einde van de maand juni 1351.

Hij huwde met;

3.289.857 dv:6.579.714

HADEWICH BOT VAN DER EEM. Na de dood van heer Wolfert III deed de graaf uitspraak tussen vrouw Hadewich en haar kinderen in zaken van diens nalatenschap. Zij komt nog in 1363 als vrouw van Vere voor. Overleden in of vóór 1371, begraven Utrecht (Domkerk).

NB Een ander kind uit dit huwelijk is:

ALEYD VAN BORSELEN, zie 822.363 Maria van Cruijningen [6.578.905].

[*] 5 januari 1349;

Margaretha van Beieren benoemt haar zoon Willem V tot graaf van Holland en Zeeland. Willem krijgt de steden en een deel van de adel tegen zich. De ontevredenen vragen Margaretha de macht weer in handen te nemen. Dit is het begin van wat later de Hoekse en Kabeljauwse twisten wordt genoemd. Daarbij staat Willem aan de Kabeljauwse en zijn moeder aan de Hoekse kant.

Op 7 december 1354 sluiten zij vrede en Margaretha staat Holland en Zeeland af, ze behoudt Henegouwen.

 

 

1.644.928 zv:3.289.856

HENDRIK I VAN BORSELEN, heer van Veere en Zandenburg na zijn broer heer Wolfert; geboren circa 1336; was in 1354 als knape aan het grafelijk hof en komt sedert 1358 herhaaldelijk als raad van de graven van Holland voor; sinds 1362 met de riddertitel; raadsheer van de ruwaard 1361, 1375, 1377 en 1379; overleden 16 januari 1401 en begraven op het koor van de kapel van het kasteel Sandenburg; maakte huwelijkse voorwaarden op 20 juni 1383 met;

1.644.929 dv:3.289.858

MARIA VAN VIANEN.

 

 

822.464 zv:1.644.928

WOLFERT V VAN BORSELEN, heer van Veere en Zandenburg, geboren na 1384; op 3 juli 1405 kent graaf Willem VI aan Wolfert van Vere 1.800 Engelse nobels toe wegens schade, geleden door zijn vader heer Hendrik van Vere in zijn gevangenschap te 's-Hertogenbosch; komt nog voor in een acte van 1408, waarbij hij van heer Doudyn van Baersdorp het ambacht "Synoutskerke" koopt; overleden op 16 januari 1409 en begraven in de kapel van slot Zandenburg, huwde (huwelijksevoorwaarden 18 september 1403) met;

822.465 dv:1.644.930

HADEWICH VAN BORSELEN VAN BRIGDAMME, geboren na 1388, op 31 december 1399 werden de huwelijksevoorwaarden opgemaakt van heer Adriaen van Heenvliet en jcvr. Hadewich. Het is echter niet zeker of dit huwelijk voortgang had. Na de dood van Wolfert V van Borselen was er kwestie in zake de voogdij van hun zoon, waarover de graaf uitspraak moest doen. Overleden 29 september 1464 en begraven bij de Minderbroeders te Middelburg.

 

 

411.232 HENDRIK II VAN BORSELEN, heer van Veere en Zandenburg, Vlissingen, Weskapelle Domburg, Brouwershaven enz, graaf van Grandpré, en door zijn tijdgenoten genoemd "Monsieur de La Vère", ridder, geb. circa 1404, raadsheer van de hertog en opperste kapitein van Zeeland 1426, lid van de Raad van 9 edelen 1428, rentmeester-generaal van Zeeland 1436, ridder in de Orde van het Gulden Vlies 1445, overl. slot Zandenburg 15-3-1474, begr. in de Groote kerk te Vere in een tombe voor het Sacraments-huis, tr. slot Zandenburg 26-12-1429 met JANNA VAN HALEWIJN, overl. 18-3-1467, begr. in de Groote kerk te Vere, dv: Olivier, heer van Haamsrode en Marguerite de la Clyte.

Hendrik II was nog jong bij zijn vaders dood en stond geruimen tijd onder voogdij. In 1435 rustte hij schepen uit tot het bedrijven van koopmansschap ter zee. In 1438 was hij bevelhebber van de vloot in de oorlog tegen de Oosterlingen. In 1446 admiraal-generaal in Franse dienst en nog in 1470 admiraal en opper-kapitein van de zee tegen de Engelse. De riddertitel had hij verworven in de strijd voor Brouwershaven in 1426. In 1445 werd hij in het kapittel te Gent opgenomen als ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Hij verwierf door koop in 1467 het graafschap Grandpré en Champagne. Door zijn groote rijkdommen wist hij zijn bezittingen belangrijk uit te breiden, o.m. met Vlissingen, Westkapelle, Domburg 1452, en Brouwershaven 1472.

Bastaarden:

1. PAUWELS, bastaard van Borselen, zeekapitein 1472, stichte in 1495 met zijn vrouw in de kerk te Vere de St. Pauwelskapel, tr. met ALEYT VAN HAERLEM. Hieruit de heren van Latridaele en Schellach, die in 1576 uitstierf.

2. WOLFERT VAN BORSELEN, geb. 10-10-1440, zie 205.616.

3. KATERINE, in 1487 echtenoote van CORNELIS VAN SCHENGEN.

4. LIJSBET, in 1484 weduwe van JAN VAN EMINCHOVEN.

 

 

205.616 WOLFERT VAN BORSELEN, heer van Spreeuwesteijn bij Brielle, bastaard, geb. (...............) 10-10-1440, baljuw van Brouwershaven, daarna gouverneur van Axel, begr. Axel 1502, tr. (huwelijkse voorwaarden 10-2-1479) met;

205.617 JACQUELINE VAN DE CAPELLE.

Kinderen uit dit huwelijk:

1. WOLFERT VAN BORSELEN, geb. Axel 23-10-1471, zie 102.808.

 

 

102.808 WOLFERT VAN BORSELEN, heer van Spreeuwesteijn, geb. Axel 23-10-1471, erfelijk baljuw van Brouwershaven, gecommitteerd burggraaf van Zeeland 1518, kastelijn van Haamstede 1539, begr. Brouwershaven, tr. 1e circa 1500 met MAGDALENA VAN CRUIJNINGEN, tr. 2e Zierikzee 20-12-1515 met MARTINE VAN DER HOOGE.

Bastaard kind:

1. CORNELIS VAN BORSELEN, zie 51.404.

 

 

51.404 CORNELIS VAN BORSELEN, bastaard, vicaris te 's Heer-Arendskerke 1530-1531, trad in 1550/51 af wegens huwelijk, tr. 1e met ADRIANA DIRKS VAN TEIJLINGEN, tr. 2e met;

51.405 MARITGE HUBRECHTSDR (STOUTENBURG).

Kinderen uit het 2e huwelijk:

1. JACOB VAN BROSELEN, zie 25.703.

 

 

25.702 JACOB VAN BORSELEN, burgemeester van Brouwershaven 1600, overl. Brouwershaven 22-12-1601, tr. 1e met NEELTJE PIETERS (of ADRIAANS), tr. 2e Amsterdam 21-3-1593 met;

25.703 CORNELIA DIRKS BRASSER, geb. Delft circa 1571, begr. Delft (n.k.) 16-8-1624.

Kinderen uit dit huwelijk:

1. HELENA VAN BORSELEN, geb. Brouwershaven 1598, zie 6.425 STOUTENBURG [12.851].

 

 

Overige bronnen:

- Het geslacht Van Borselen, bijdrage tot de kennis der middeleeuwsche geslachten van Holland en Zeeland, door Dr. Henri Obreen, NL. 1927, 1928.

- Kwst. van Karel de Grote, door De Werkgroep Middeleeuwse Vorstenkwartieren, GN 1990, blz. 451.

- Kwartieren Greidanus - Jaeger in stamreeksen, door Mr. G.J.J. van Wimersma Greidanus, Eindhoven, december 1993, stamreeks 352, blz. 455.

- Kwst. Kwekel, kwnr. 14.822, door F. Kwekel, GVP 2 heruitgave, blz. 189.